Ga door naar hoofdcontent
NieuwsAntwoord op Kamervragen over voortgang herziening Wet op de lijkbezorging

Antwoord op Kamervragen over voortgang herziening Wet op de lijkbezorging

Woensdag 15 mei 2024

Eind maart stelde Tweede Kamerlid Wim Meulenkamp enkele vragen aan minister Hugo de Jonge (BZK) over de voortgang van de herziening van de Wet op de lijkbezorging en het mogelijk maken van resomeren. In zijn brief van 13 mei 2024 beantwoordt de minister die vragen.

Een van de vragen die Tweede Kamerlid Wim Meulenkamp aan minister Hugo de Jonge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelde was waarom de planning voor de modernisering van de Wet op de lijkbezorging opnieuw niet haalbaar bleek.

Complex, tijdrovend: een nieuwe Wet op de lijkbezorging laat op zich wachten

In zijn antwoord noemt minister Hugo de Jonge de complexiteit van onderwerpen daarvoor het struikelblok, en gaat hij in op drie onderwerpen.

  • Lichamelijke Integriteit:
    In juni 2023 schreven de (toenmalige) ministers van BZK en Justitie aan de Tweede Kamer regelgeving om commercialisering rond het overleden lichaam tegen te gaan, op te willen stellen. Minister Hugo de Jonge geeft aan dat het ontwikkelen van die regelgeving – “met het oog op proportionaliteit en noodzaak ervan” – ingewikkelder bleek dan verwacht en dat uiteindelijk van de regeling is afgezien.
  • Resomeren:
    Het beoordelen van onderzoeksresultaten met betrekking tot de verwerking van effluent van alkalische hydrolyse was complexer en tijdrovender dan voorzien.
  • Kwaliteit van de uitvaartsector:
    Het onderzoek naar de kwaliteit van de uitvaartsector was nog niet voltooid, waardoor het onduidelijk was of regelgeving nodig was.
  • Bevoegdheden politie bij overlijdensonderzoek:
    Het wetsvoorstel omvat ook het regelen van aanvullende taken en bevoegdheden voor de politie met betrekking tot overlijdensonderzoek.

Afronding wetsvoorstel

Minister Hugo de Jonge schrijft dat hij momenteel werkt aan de afronding van het wetsvoorstel. Gezien de gebruikelijke stappen in een wetstraject lijkt het onwaarschijnlijk dat het wetsvoorstel op 1 januari 2025 in werking kan treden. Hoewel hij spoedige totstandkoming wenselijk vindt, benadrukt de minister dat zorgvuldigheid minstens zo belangrijk is.

Reacties

    Plaats een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.Vereiste velden zijn gemarkeerd met *