Ga door naar hoofdcontent
NieuwsUitvaartbranche werkt aan Vakexamen Overledenenzorg

Uitvaartbranche werkt aan Vakexamen Overledenenzorg

Woensdag 18 februari 2026

Branchepartijen – waaronder BGNU – en opleiders in de uitvaartbranche werken samen met NaVU aan de ontwikkeling van een Vakexamen Overledenenzorg. Doel is om te komen tot een breed gedragen examen. Daarmee worden minimale basisvaardigheden en normen voor het vak helder vastgesteld en toetsbaar gemaakt.

Netjes en respectvol verzorgen

Nabestaanden hebben er recht op dat hun dierbare netjes en respectvol wordt verzorgd. Maar wat is dat, en hoe borgen we dat op een manier die werkbaar is voor zowel grote als kleine organisaties? NaVU wil dit samen met branchepartijen en opleiders in de uitvaartbranche scherp krijgen en uitwerken in een vakexamen voor de overledenenzorg.

De inzet is een breed gedragen vakexamen. Het moet nadrukkelijk geen “excellentie-examen” worden, maar een toets die minimumkwaliteit borgt. En daarbij extra let op die momenten waarop het mis kan gaan en waardigheid, veiligheid en vertrouwen onder druk komen te staan.

Overledenenzorg <–> postmortale zorg

Er is daarbij bewust gekozen voor de term overledenenzorg. In de uitvaartbranche spreken we doorgaans over postmortale zorg, maar die term kan afstandelijk en technisch overkomen. “Overledenenzorg” is directer, mensgerichter en sluit beter aan bij het dagelijkse taalgebruik.

Samen ontwikkelen: draagvlak als randvoorwaarde

Het is de intentie om het vakexamen in gezamenlijkheid te ontwikkelen. Branchepartijen, opleiders en NaVU trekken samen op om tot een norm te komen die partijen herkennen, onderschrijven en in de praktijk willen gebruiken. Doel is immers een praktische kwaliteitsgrens, geen papieren tijger. De betrokken partijen zijn dan ook positief, juist omdat het traject inzet op transparantie over wat het examen wél en niet doet.

De ontwikkeling van het vakexamen vraagt uiteraard om middelen. Daarom wordt gekeken of er subsidiemogelijkheden zijn vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Werkgroep gaat aan de slag

NaVU heeft in overleg met de branchepartijen en opleiders besloten om een werkgroep in te richten. Die gaat competenties en eindtermen uitwerken, inclusief een toetsmatrijs en een heldere cesuur: wanneer is iemand aantoonbaar bekwaam op basisniveau? Omdat overledenenzorg in de kern een praktisch vak is, krijgt ook praktijktoetsing een centrale plek in het ontwerp. De werkgroep gaat in het projectplan voorlopig uit van vier categorieën: Basis, Gevorderden, Specialistisch en Thanatopraxie.

Aandachtspunten uit het werkveld

Het vakexamen moet waarde hebben in de praktijk van alle dag. Zoals in situaties waarin familieleden willen meehelpen bij de verzorging: welke competenties vraagt dat van de professional, en hoe borg je veiligheid zonder de menselijke maat te verliezen? Ook moet het traject haalbaar zijn voor kleinere ondernemingen, zodat het vakexamen niet onbedoeld een ‘grote-organisatie-norm’ wordt. En er is aandacht gewenst voor een overgangsregeling voor ervaren overledenenverzorgers – een onderwerp dat verder wordt uitgewerkt zodra de competenties concreter zijn.

Reacties

    Plaats een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.Vereiste velden zijn gemarkeerd met *